Transparantie

Wat werkt?

  • Een transparant beleid voeren betreffende het omgaan met verschillen.

Screening

  • Weten de teamleden waarom bepaalde beleidskeuzes gemaakt worden?

Goede praktijkvoorbeelden

Directie en zorgcoördinatoren: “We steken heel veel tijd in een gedeelde visie.” “Ik denk dat leerkrachten daardoor op zoek blijven gaan en ervoor openstaan. Omdat er vanuit het beleid veel in geïnvesteerd wordt.”

Directie: “We proberen er over te waken dat we niet enkel in homogene groepen werken. Bij sterk doorgedreven differentiatie, met herhaling en uitbreiding, bestaat het gevaar dat je te veel in homogene groepen gaat werken. Differentiatie is meer dan enkel niveaudifferentiatie.”

Directie: “Tijdens de personeelsvergadering schenken we aandacht aan differentiatie. Vandaag gaat het bijvoorbeeld over ons leerlingvolgsysteem en de gedifferentieerde kijk daarnaartoe. Eigenlijk schenken we hier continu aandacht aan. Bijvoorbeeld in ons speelplaatsbeleid, ons preventiebeleid, onze informatie naar ouders toe, … .”

Directie: “Het is belangrijk om terreinen af te bakenen. Wij zijn onderwijzers. Leerkrachten zijn geen therapeuten. Op school wordt geen therapie gegeven. Differentiatie is geen therapie.”

Directie: “Communicatie naar ouders toe is heel belangrijk: welke aanpassingen doen we?”

Directie: “We zetten sterk in op de communicatie met ouders. Ik spreek de ouders zo veel mogelijk aan in hun eigen taal. Een korte brief bevat vaak pictogrammen ; een lange brief vertalen we naar het Frans en het Engels. We hebben ook een maandelijks infoblad voor de ouders. Het bestaat in het Nederlands, eenvoudig Nederlands, Frans en Engels. Dat is differentiatie op schoolniveau. We merken dat de betrokkenheid van ouders veel groter is.”

Directie: “Door van onze personeelsvergaderingen studiesessies te maken en door op studiedagen teamgericht te professionaliseren krijgen we eensgezindheid. Alles is gekoppeld aan ons beleidsplan.”

Directie: “We zetten zo veel mogelijk in op preventie. Daardoor gebeurt het minder dat we remediërend moeten werken.”

Directie: “De afspraak is dat bundeltjes als ‘zoethouders’ uit den boze zijn.”

Directie: “We hebben geen puntenrapport meer. We werken met letters: A, B, C en D. A en B betekenen de norm is bereikt, C en D betekenen dat je onder de norm/verwachting scoort. Op die manier kunnen we differentiëren tijdens de beoordeling. De norm ligt vast voor de klasgroep, maar voor leerlingen met een handelingsplan passen we de norm aan waar nodig.

Directie: “We zijn bezig met het ontwikkelen van een nieuw rapport. We willen afstappen van het geven van punten op 10. In de plaats daarvan willen we vertrekken vanuit de leerplandoelen (al dan niet geclusterd) en daarbij aangeven op welk niveau de leerling zich bevindt en wat het gewenste niveau is voor de leerling aan het einde van het schooljaar.”

Directie: “Op onze rapporten staat er ‘Evalueren om te evolueren’”.

Zorgcoördinator: “We werken niet met methodes. Alle lessen worden opgebouwd vanuit het leerplan. Er wordt vertrokken van een concreet leerplandoel om een les op te stellen.”

Directie: “Differentiëren is een houding.”

Directie: “Een van de redenen waarom ik hier op school begonnen ben met graadklassen is om leerkrachten de reflex of de goesting te laten krijgen om te differentiëren. Er wordt automatisch meer samengewerkt. In de tweede graad geven de leerkrachten alle lessen. Ze bereiden elk de lessen voor een bepaald leergebied voor en bespreken dit tijdens de 2 uur overlegtijd die wekelijks is ingeroosterd. In de derde graad werken we met vakankers. We verwachten heel veel van leerkrachten in de 3de graad. Specialisatie biedt mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren. De vakankers bewaken de leerlijnen in de school en nemen ook de kwaliteitstoetsen af in alle klassen.

Aan de slag

  • Het kiezen van leermethodes, kiezen van handboeken, evaluatie van leerlingen, communicatie met ouders, het zinvol inzetten van de zorguren,… : dit zijn belangrijke zaken om mee te nemen wanneer beleidskeuzes moeten gemaakt worden in het voordeel van het breed omgaan met de verschillen. Richtinggevende vragen hierbij kunnen zijn :
    • Is deze visie terug te vinden in ons opvoedingsproject ?
    • Is deze visie terug te vinden in de manier waarop we overleg op school mogelijk maken ?
    • Is deze visie terug te vinden in de planning van vergaderingen, pedagogische studiedagen,…
    • Is de informatie die voor onze teamleden hierover doorslaggevend is, makkelijk bereikbaar en toegankelijk ?

  • Waar kunnen de teamleden deze informatie terugvinden?
  • Is deze informatie actueel?

Heb je zelf nog een goed praktijkvoorbeeld of een goede tip? Laat het ons zeker weten door het onderstaande formulier in te vullen.

Mijn praktijkvoorbeeld