Screen jezelf
- Voelen de leerlingen zich goed in hun krachtige leeromgeving?
- Helpen de leerlingen elkaar?
- Behandelen de leerlingen elkaar respectvol?
- Is er een sfeer van beleven en genieten?
- Is er interactie tussen mezelf en de leerlingen?
Video
Toelichting
Leerlingen worden voor het vak Nederlands gestimuleerd om elkaar te helpen. Eerst werken de leerlingen per groep samen om de spreekwoorden te leren kennen. De opdracht die ze hierbij krijgen is om de spreekwoorden en hun uitleg weer samen te leggen. Wanneer er een aantal groepjes klaar zijn met deze opdracht besluit de leerkracht om de leerlingen die klaar zijn hun klasgenoten te laten helpen. Je hoort de leerlingen uitleggen hoe ze aan het werk moeten gaan (“eerst moeten we alles bij elkaar leggen”). Tijdens het filmfragment reageert er een leerling op het feit dat er meerdere leerlingen zijn die een groepje helpen. De juf reageert hierop door te zeggen: “dat kan geen kwaad, hoe meer je samen kan nadenken over de betekenis hoe sneller je ze kan vinden”.
Een andere manier waarop leerlingen elkaar kunnen helpen is door hen in te zetten als SOS-figuur. Voor het vak wiskunde is de klas in drie groepen verdeeld: een groep die extra instructie krijgt van de meester, een groep die zelfstandig werkt maar wanneer ze vragen hebben deze kunnen stellen aan de zorgjuf en een groep die zelfstandig werkt. Wanneer de leerlingen van de laatste groep vragen hebben, kunnen ze terecht bij hun medeleerlingen in de SOS-hoek. Hier mogen telkens twee leerlingen elkaar helpen.
Om een sfeer van beleven en genieten te creëren, kunnen lesonderwerpen op een positieve manier aangebracht worden. In het filmpje leren de leerlingen de Franse benaming van de maanden kennen via een liedje. De leerlingen hadden een paar minuten voor het begin van de Franse les gevraagd of ze mochten dansen. Hierdoor liet de juf de leerlingen dansen tijdens het liedje. Na dit liedje besprak de juf nog welke maanden er allemaal waren, welke maanden moeilijk te onthouden zijn, … .
Het laatste filmfragment toont hoe een juf voor het vak wiskunde een instructietafel achterin haar klas voorziet. Tijdens een instructiemoment komen alle leerlingen rond deze tafel staan. Dit zorgt voor een ongedwongen interactie tussen leerkracht en leerlingen.
Meer inspiratie?
Leerlingen helpen elkaar graag. Dit kan op verschillende manier in het klasgebeuren aan bod komen: leerlingen die sneller klaar zijn of de leerstof al goed beheersen, kunnen andere leerlingen die nog niet klaar zijn, helpen. Ook spontaan of tijdens een groepswerk kunnen leerlingen elkaar helpen.
Elkaar helpen is zowel voor de leerling die de leerstof al beheerst als de leerling die de leerstof nog niet volledig onder de knie heeft, voordelig. Leerlingen die de leerstof beheersen, leren de leerstof op een alternatieve manier uitleggen. Leerlingen die de leerstof nog niet volledig beheersen, krijgen de leerstof op een andere manier uitgelegd.
Om elkaar te helpen, is er een vertrouwensband nodig. Zo’n vertrouwensband opbouwen is een gradueel proces waarbij goede afspraken tussen leerkracht en leerling richting kunnen geven. Deze vertrouwensband kan tot stand komen in een klas waar leerlingen elkaar respectvol behandelen.
Lessen die op een muzische of creatieve manier starten, prikkelen de leerlingen en creëren onmiddellijk sfeer in de klas. Enkele voorbeelden zijn om te starten vanuit een lied, een gedicht, een kunstwerk, een spel, enz. Verstop bijvoorbeeld enkele woorden in de klas, speel een wedstrijdje waarbij leerlingen verschillende rechten, punten en lijnstukken moeten zoeken in de klas, gebruik een vingertwister om leerlingen op te warmen voor schrift, speel bingo om de cijfers te leren kennen, enz.
Er zijn verschillende manieren om met leerlingen in interactie te treden. Interactie kan bijvoorbeeld vorm gegeven worden a.d.h.v. een onderwijsleergesprek waarbij de leerinhouden samen met de leerlingen worden opgebouwd. Ga daarbij op zoek naar manieren om niet steeds dezelfde leerlingen aan het woord te laten. Een voorbeeld kan zijn om elke leerling drie kaartjes te geven. Telkens een leerling iets wil zeggen, legt hij een kaartje in het midden. Op die manier krijgen alle leerlingen de kans om iets te vertellen en hun inbreng te geven. Anderzijds kan interactie tussen leerkracht en leerling bestaan uit een informeel contact waarbij je vraagt naar de mening of de ideeën van de leerlingen, hun achtergrond, hun hobby, enz.
Een ongedwongen sfeer en luisterende houding toont leerlingen dat je interesse hebt in hen. Leerlingen hebben er behoefte aan dat hun inbreng in het gesprek wordt gewaardeerd.
Heb je zelf nog een goed praktijkvoorbeeld of een goede tip? Laat het ons zeker weten! Klik hier om jouw ideeën door te sturen.



