Instructie - Klimaat

Screen jezelf

  • Stimuleer ik regelmatig onderlinge interactie tussen leerlingen?
  • Zijn er voldoende interactieve werkvormen waardoor leerlingen met elkaar kunnen interageren?
  • Stimuleert de instructie leerlingen om doelgericht samen te werken aan opdrachten?

Video

Toelichting

Per groepje werken de leerlingen voor het vak Nederlands samen om een krant te schrijven. Op basis van hun interesse kozen ze de verschillende onderwerpen die in de krant aan bod zullen komen. Dit schrijven ze dan ook uit. Dit kan heel variërend zijn, van het uitwerken van een sudoku tot het schrijven van een horoscoop of artikel over mode of games of het tekenen van een cartoon. Elke leerling heeft een rol. Zo is er bijvoorbeeld in iedere groep één leerling eindredacteur. Hij of zij moet ervoor zorgen dat alle artikels op tijd klaar zijn en goed geschreven zijn. Om de onderlinge interactie tussen de leerlingen te stimuleren, krijgen ze ideekaartjes. Elke leerling zet tijdens de brainstormfase deze ideekaartjes in. De leerlingen zorgen dus allemaal samen voor een mooi eindproduct. Hierdoor leren ze doelgericht samen te werken aan opdrachten.

Ook in een andere klas wordt er gebruik gemaakt van een interactieve werkvorm waardoor leerlingen met elkaar kunnen interageren. De leerlingen leren over spreekwoorden aan de hand van een groepswerkje. Alle spreekwoorden en hun betekenis zijn afgedrukt op blaadjes van de boom. ‘Het heeft deze nacht echter gestormd en alle blaadjes zijn van de boom gevallen. De opdracht voor de leerlingen is om de blaadjes met de spreekwoorden terug samen te brengen met het blaadje met de juiste betekenis. Hiervoor dienen ze in hun groepje te overleggen wat het juiste antwoord is.

In de les Nederlands in het eerste leerjaar wordt onderlinge interactie als volgt gestimuleerd: de leerlingen lopen door elkaar en moeten hun klasgenootjes aanspreken om te weten te komen welk soort boek hun klasgenootje heeft. Dankzij deze werkvorm leren de leerlingen vragen aan elkaar te stellen om zo informatie te verzamelen.

Meer inspiratie?

Voor het samenwerken in groep kan de keuze worden gemaakt voor twee soorten groepen: heterogene groepen waarbij leerlingen van alle niveaus samen een groep vormen of homogene groepen waarbij leerlingen van hetzelfde niveau een groep vormen. De combinatie van beide is zeer zinvol. Het is bijvoorbeeld mogelijk heterogene groepen te vormen, maar opdrachten te voorzien afgestemd op het niveau. In één groep is het dan mogelijk leerlingen met verschillende werkblaadjes te hebben.

Het samenwerken in groep kan in elke fase van het lesgebeuren worden ingepland: zowel bij het aanleren, inoefenen als herhalen van leerstof. Leerlingen werken doelgerichter samen wanneer er een rolverdeling wordt opgemaakt. Elke leerling heeft een eigen verantwoordelijkheid in de groep. Er ontstaat zo een wederzijdse afhankelijkheid. Bovendien spelen deze rollen in op de talenten van kinderen: de ene leerling schrijft graag uit, de ander presenteert graag iets, de één is meer een leiderstype, de andere volgt liever, enz.

Willen leerlingen wel in groep werken of werken ze liever alleen? Ook hierin kan gedifferentieerd worden door leerlingen hier regelmatig zelf over mee te laten beslissen. Dit komt het welbevinden van de leerlingen ten goede.

Onderlinge interactie kan ook gestimuleerd worden door gebruik te maken van de carrousel. Bij deze methodiek wordt een vraag, stelling of probleem voorgelegd aan de hele klas. De leerlingen gaan in twee lange rijen zitten en zorgen dat ze tegenover een medeleerling zitten, met de gezichten naar elkaar. De duo’s delen info met elkaar en formuleren een antwoord op de vraag. De leerlingen van één rij schuiven dan een plaats door zodat iedere leerling een nieuwe partner heeft. Opnieuw wordt informatie gedeeld tot de meeste vragen opgelost zijn. Eventueel kunnen hulpkaartjes worden gemaakt met uitlokkende hulpvragen of infokaartjes om het gesprek vorm te geven.

Heb je zelf nog een goed praktijkvoorbeeld of een goede tip? Laat het ons zeker weten! Klik hier om jouw ideeën door te sturen.