Screen jezelf
- Benader ik het assessment vanuit het profiel van mijn leerlingen?
- Wijs ik alle leerlingen op het effect van hun gestelde gedrag?
- Bevraag ik regelmatig alle betrokkenen over mijn leerlingen? Richt ik me daarbij niet enkel op hun kennis, maar ook op hun vaardigheden en competenties?
Video
Toelichting
In het filmfragment is te zien hoe tijdens een klassikale oefening waarbij iedere leerling een oefening moet oplossen, een leerling lacht omdat een klasgenoot het antwoord niet onmiddellijk juist heeft. De leerkracht vertelt de leerling wat het effect is van dit gedrag. Hij geeft duidelijk aan dat iedereen een fout kan maken en dat het niet fijn is wanneer er daarmee gelachen wordt.
Meer inspiratie?
Een brede evaluatie richt zich tot de persoon in zijn geheel. Interesses, gevoelens, zelfbeeld, meervoudige intelligenties, competenties worden in het assessment betrokken worden om zo een volledig beeld van de leerling te schetsen.
Vanuit het gedachtegoed van ‘Universal Design for Learning’ is het mogelijk dat studenten in de klas de kans krijgen om hun capaciteiten op verschillende manieren aan te tonen. Belangrijk is hierbij dat de leerkracht weet wat hij wil toetsen, m.a.w. dat hij een duidelijk leerdoel voor ogen heeft. Daarna kan de leerkracht bepalen op welke verschillende manieren dit accuraat kan worden gemeten. De doelen liggen vast, maar er worden verschillende opties aangeboden om dit doel te bereiken. Hoe meer opties er worden aangeboden, hoe groter de kans wordt dat alle leerlingen het doel zullen bereiken. Voor elke leerling kan een manier gekozen worden waarbij de leerling zich comfortabel voelt, die aansluit bij zijn of haar behoeften en voorkeuren. Op die manier krijgen alle leerlingen de kans aan te tonen wat ze kennen en kunnen. Dezelfde competenties kunnen bijvoorbeeld worden aangetoond via een blog, een forum, een mondelinge presentatie, een tekening, meerkeuzevragen, een geschreven tekst, enz.
Om een volledig beeld van de leerlingen te krijgen, kunnen ook andere betrokkenen bevraagd worden (ouders, andere leerkrachten, zorgcoördinator of zorgleerkrachten, CLB, vrienden, enz.). Door andere actoren hierin te betrekken, wordt het beeld van de leerling scherper en accurater. Belangrijk is hierbij niet enkel formele gesprekken te voeren, maar ook op een informele manier contacten te leggen met deze betrokkenen.
Heb je zelf nog een goed praktijkvoorbeeld of een goede tip? Laat het ons zeker weten! Klik hier om jouw ideeën door te sturen.



